De eerste twee dagen leken op een walk in the park: een breed en vlak pad en een stralende zon. Binnenmonds lachten we een beetje met enkele van onze hyperprofessioneel uitgeruste medewandelaars. Op een gegeven moment zagen we zelfs om de meter een pijltje dat luidkeels 'het pad is die kant op' aanwees, terwijl het wel erg duidelijk was waar de gravel weg heenging.
We sliepen verplicht in redelijk goed uitgeruste hutten die door een ranger onderhouden werden. De eerste dag kregen we van een van de rangers zelfs een Nature Walk, waarbij we uitleg kregen over de inheemse planten: een plant waarvan het blad sterker smaakte dan een peperbol en een toepasselijke genaamde 'poofume' struik. De tweede ranger wist ons te vertellen dat we de volgende ochtend regen konden verwachten, 'but believe me, you want rain', voegde ze er enthousiast aan toe.
En het heeft geregend ... Twee dagen lang waren we doornat. Bovendien moesten we de derde dag een pas oversteken, waar de ijskoude wind ons tot op het bot verkleumde. Op een gegeven moment werden we zelfs met een helikopter over de rivier gevlogen, omdat we anders door water moesten waden dat tot aan de borst kwam. Maar de ranger had ergens wel gelijk, de Milford Track is dubbel zo mooi in de regen. Bergstroompjes transformeren in kolkende rivieren, en langs alle bergwanden verschijnen honderden watervallen. Het leek paradijselijk, als je even de zondvloed vergat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten