donderdag 28 januari 2010

Naast de kangoeroes, kaketoes, wombats en kookaburra die we al op de campings zagen rondlopen vanaf we onze ogen opendeden, hebben we ook nog 2 andere diersoorten van dichtbij kunnen bewonderen. De eerste waren wilde dolfijnen in Tin Can Bay. Toen 40 jaar geleden een visser tegen een dolfijn aanvoer, had hij zoveel medelijden met het arme beest dat hij hem mee naar de haven nam, en elke dag eten kwam brengen tot hij beter was. Maar zelfs dan bleef de dolfijn terugkomen, en na een tijdje nam hij zijn familie en vrienden mee, waardoor er nu al de derde generatie dolfijnen elke ochtend vis komt smeken van de gulle toeristen. Gelukkig waren wij heel vroeg opgestaan, om de beestjes ongestoord te bewonderen.







Even later waren de zeeschildpadden aan de beurt, die 1 strand in de buurt van Bundaberg verkiezen om hun eieren te leggen. De eerste helft van de zomer kan je daar gigantische schildpadden hun nest zien graven, en in de tweede helft (wanneer wij er waren) zie je de schattige minihatchlings uit de grond kruipen en naar de zee klauteren. Bettina had zelfs de eer om in het midden te gaan staan en met de pillamp de tocht van de jongen te begeleiden, waardoor de schildpadden over haar voeten heen kropen.

Fraser Island

Frasier Island is een gigantische zandduin die uit het water rijst. Het is een van de enige plaatsen op aarde waar er regenwoud op een pure zandgrond groeit. Met onze macho offroad buschauffeur achter het stuur, schokten we het eiland rond. Onderweg zagen we een gestrande haai en wilde dingo's, waarna we stopten bij het wrak van een aangespoeld oorlogsschip. Na nog wat te plonzen in een stroom en te wandelen onder het regenwoud, stopten we aan de climax van de tour: Lake Mackenzie. Door het zand wordt het water heel sterk gefilterd, wat resulteert in het meest paradijselijke strand dat we ooit gezien hebben. Oordeel zelf maar:



Dorrigo & Springbrook NP

Om zo ver mogelijk te blijven van de surfer-infested gold coast, hebben we een inlandse route naar het noorden genomen, welke ons langs twee nationale parken leidde. Dorrigo en Springbrook zijn twee subtropische regenwouden, propvol merkwaardige vogels en gigantische hagedissen. Springbrook had als extraatje een grot waar de rivier door het dak binnenstroomde.




Blue Mountains

Vlak naast Sydney liggen de Blue Mountains, een enorm groen gebied met prachtige lookouts naast de weg. Hier hebben we voor het eerst onze superdeluxe camper kunnen uittesten. Op de eerste camping die we binnenreden werden we al meteen verwelkomd door een horde oorverdovende kaketoes en enkele luie kangoeroes.


Sydney

Het is alweer even geleden dat we jullie op de hoogte hebben gehouden, maar hier in Australie zijn er veel minder plaatsen waar we gemakkelijk en goedkoop op internet geraken. Spijtig genoeg is NZ achter de rug, maar wat we tot nu toe in AU al gezien hebben is veelbelovend.



Tot onze verrassing was er voor ons in de metropool Sydney bijster weinig te beleven. De cultuur beperkt zich tot een stedelijke aboriginal die op de hoek van de straat zijn didgeriddookunsten demonstreert, en door het gebrek aan geschiedenis zijn er geen mooie tempels of kerken. Dit maakt de stad ruimschoots goed met (volgens ons) een van de mooiste gebouwen dat de laatste 50 jaar gezet is: het Syney Opera House.




Om zeker te zijn dat we de hele Australische fauna gezien zouden hebben op deze reis, zochten we in Sydney het aquarium en wildlife center op. Wat we daar te zien kregen was enorm indrukwekkend: een vogelbekdier, een tank vol haaien, roggen, en een kruising van die twee, zeekoeien, blauwe pinguins (deze keer hebben we wel foto's), zeedraakjes (zeepaardjes met vleugels), de giftigste slangen en spinnen ter wereld, gigantische kakkerlakken, vlinders en krokodillen, koala's, kangoeroes en cassowaries (iets tussen een kalkoen en een struisvogel).








Dan was het tijd om onze camper op te halen, en ook daar waren we positief verrast. In vergelijking met de monovolume in NZ was dit een vijfsterrenhotel. Een werkende frigo, een groot bed dat niet inzakte in het midden van de nacht, en een deftige motor met manuele versnelling zijn geen overbodige luxe in Australie.


zondag 10 januari 2010

Coromandel Peninsula

Op weg naar het zon-zee-strand schiereiland kwamen we ongetwijfeld aan het hoogtepunt van onze reis: een rit in de kiwimobiel doorheen de kiwiplantages!!!!! Voor al wie NZ ooit na ons bezoekt: de Kiwi360 kiwitour is zijn geld NIET waard.



Het kon niet op die dag, want daarna kwamen we aan in Matamata, ofwel 'hobbiton'. Het was de eerste en enige echt herkenbare LOTR-set op de eilanden. En dat wist de eigenaar van het domein waar die set op gebouwd was ook. Een schandalig hoge toegangsprijs deed ons teleurgesteld verder rijden.

Het schiereiland zelf kon ons gelukkig wel betoveren. Eerst stopten we bij Hot Water Beach, onwetend net op tijd voor laag tij. Op een bepaalde plaats op het strand wordt een rotsformatie enkele honderden meters onder de grond constant verwarmd door vulkanische activiteit, waardoor je daar je eigen hot pool kan uitgraven.



De tweede trekpleister is Cathedral Cove, eigenlijk niet meer dan een groot gat in de rots op een paradijselijk strand (verwend?). Ook speciaal zijn de enorme rotsen die uit de open zee steken.



PS: onderweg naar huis hebben we nog snel de lokale supermarkt in brand gestoken.

White Island

De laatste vulkaan in NZ is er eentje van superlatieven. Het is de meest actieve vulkaan van NZ, de enige actieve vulkaan die in zee ligt (en dus een eiland vormt), de mooiste, de specaculairste, en de enige met dolphin encounters op de weg heen en terug. Het eiland zelf is ronduit prachtig. Grijs troebel water stroomt door fluogele zwavelafzettingen en rode ijzersteen, waar zich groene algen gevestigd hebben. De centrale krater is gevuld met een gifgroen dampend meer met ph -0.1 (zeer, zeer zuur dus). De bergwand zit vol stoomgaten die onafgebroken met een enorm lawaai en een grote snelheid hete damp uitspuwen. De industrie heeft ooit geprobeerd een zwavelmijn te bouwen op White Island, waar de natuur een stokje voor gestoken heeft door regelmatige explosies van as en steen. Gevolg is dat de fabriek er als een post-apocalyptische scene bijligt. We waren allebei enorm onder de indruk op de weg terug, maar Bettina ging helemaal uit haar dak toen de boot stopte voor enkele voorbijzwemmende dolfijnen.





Tongariro National Park

De Tongariro Crossing is de bekendste eendaagse wandeling van NZ. We hebben een aantal dagen moeten wachten op mooi weer, maar dat was zeker de moeite. De crossing gaat door vulkanisch gebied, waardoor het eerste deel van de wandeling door vreemdkleurige rotsen is, met hier en daar een bruin of felblauw meer. Optioneel kan je de top van de nabijgelegen vulkaan beklimmen (Mount Doom voor de kenners), waardoor je een prachtig panorama krijgt van het hele nationaal park. Bovenop die berg heeft Tim ook nog een blik kunnen werpen op de vorige overwinning: Mount Taranaki was in de verte boven de wolken te zien.







Rotorua

Rotorua bezochten we om twee redenen: maoricultuur en geothermische activiteit. Eerst ontspanden we in de lokale hot spa, zeer welkom na een lange en warme autorit.

Vervolgens was het de beurt aan het grootste en mooiste geothermische gebied. Wai-o-tapu herbergt onder andere champagne pool (een kokend groenblauwgeelwit meer, met feloranje randen), de Lady Knox geyser (wordt elke dag afgevuurd met wat zeep), mud pools, sissende stoomgaten, ... Vooral de vele kleuren en de stank zijn zeer opvallend.







Na het aards geborrel was het tijd om wat cultuur op te doen. Te Puia is een nagebouwd maori dorp, waar ze alles nog 'zoals toen' doen. Op en top toeristisch met een kiwi-huis, wood carving school, weefschool en een culturele show met alles erop en eraan (waaronder een haka, als je dat niet kent google maar op de all blacks nationale rugbyploeg).



Lake Taupo

Lake Taupo is het grootste meer van NZ. Het heeft geen speciale kleur of geweldige achtergrond zoals lake tekapo (toen in het zuidereiland, weet je nog), maar wel een grote maori carving. De maori zijn de aboriginals van Nieuw Zeeland, die er waren voor de kolonisatie. In NZ leven de twee groepen wel (uiteindelijk, na wat oorlog) vreedzaam samen, met respect voor elkaars cultuur. In Taupo heeft de regering van NZ een rotsafbeelding bij de maori besteld. Zoals altijd beeldt het een groot stamhoofd af, samen met wat wachters. Om er te geraken moesten we met een tweemaster een uurtje zeilen (jaloers Peter?), want het bevindt zich op private eigendom.

zaterdag 2 januari 2010

New Plymouth & Mt. Taranaki

Na een onbewogen ferryrit, kwamen we terug aan op het noordereiland. De ferry arriveert in Wellington, hoofdstad van NZ (en daarom in burenruzie met het grotere Auckland). In het zuiden van het noordelijke eiland is bitter weinig te beleven, waardoor we meteen doorgereden zijn naar het spannende centrale plateau.

Eerste halte was Waitomo, thuisplaats van de Glowworm Caves. Waitomo is maori voor water (wai) gat (tomo), wat slaat op de Waitomo rivier die langzaamaan een gigantisch grottenstelsel aan het uitgraven is. Grotten hadden we allebei al genoeg gezien in het verleden, maar hier kregen we een extraatje. Zoals de naam doet vermoeden, staat het plafond van de grot boven de river propvol gloeiwormen. Het gevoel om daaronder rond te varen is echt onbeschrijfelijk. Beeld je de helderste sterrenhemel voor, maar dan vlak bij je neus, en in het groen (volgens Tim) of wit (volgens Bettina die beweert dat Tim kleurenblind is). Helaas kunnen jullie niet oordelen voor ons, want we mochten geen foto's trekken ... Google toont het in ieder geval als volgt:



Na Waitomo reden we door naar New Plymouth. Hier dachten we snel even de lokale vulkaan, mount Taranaki, te beklimmen, en nieuwjaar te vieren. Maar dat was buiten de wind gerekend. Gelukkig hebben we in het noordereiland wat meer reservedagen ingerekend, en konden we even wachten op beter weer. Ondertussen konden we genieten van de lokale zoo, botanische tuinen en een heus Festival of Lights ... Bettina was door al die fauna en flora alweer danig in haar element.





Op 31 december liet Mt Taranaki zijn hoofd eindelijk zien. 'Daarheen!' krijste Tim, en Bettina volgde bedenkelijk. Maar samen zijn we eraan begonnen. Een 1600m hoge klim op een behoorlijk steile bergwand.


Mount Taranaki



Bettina leerde nieuwe reserves kennen, en geraakte vlot halfweg. Moedig gingen we door naar de top. Maar dat was, alweer, buiten de wind gerekend ... Wolken begonnen op te zetten, de temperatuur daalde snel, en de gravel gaf ons evenmin veel moed (2 stappen naar boven, 1 stap terug naar beneden). Teleurgesteld draaiden we terug ....



Op 1 januari werden we wakker in een knalblauwe lucht. 'Daarheen!' krijste Tim, maar Bettina bleef beneden in de zon. De klim was loodzwaar. Maar vastbesloten om de 8-10u durende klim in 5u te voltooien (om snel terug bij Bettina te zijn), bleef Tim doorzetten. Boven was het prachtig. Mt. Taranaki staat nogal eenzaam aan de kust tussen bos en weides, de enige echte berg in de hele provincie. Dat zorgt uiteraard voor een weids panorama, waarbij je Mount Tongarriro en Mount Ruapehu (waarover later meer) en het zuidereiland aan de horizon kan onderscheiden. Geniet even mee (voor panoramafoto's is het wachten tot in mei, als Tim zich met wat stitch-software bezighoudt) ..